My Renault

Geschiedenis van het kenteken

Toen in 1898 de politie met hun fiets de auto’s niet meer kon bijhouden (zo gaat het verhaal) werd besloten om een landelijke rijvergunning in te voeren. In dat jaar werd het eerste nummerbord (met het cijfer ‘1’) uitgegeven aan ene heer ‘J. van Dam’. Maar hoe zijn we van die cijfers tot de nummerplaat van nu gekomen? En wat is er veranderd door de jaren heen?

1898 - 1905

De voorlopers van de nummerplaten waren zoals gezegd een simpel nummer. Ze werden aan personen uitgedeeld en konden dus op elke willekeurige auto worden gezet. De allereerste Nederlandse Renault-importeur Paul Thijssens had voor zijn eigen Renault het nummer ‘575’. Al snel werd duidelijk dat er een systeem nodig was: de auto-industrie groeide veel sneller dan men eerst had gedacht. In 1905 werd van het nummer afgestapt, het laatste dat toen werd uitgedeeld was ‘2065’.

1906 - 1950

In 1906 werd er een provinciaal systeem ingevoerd waarbij de nummerplaat begon met een of twee letters, afhankelijk van de provincie waarin het was aangevraagd. Daarnaast konden er nog tot vijf cijfers bij staan. Het kenteken was gekoppeld aan de eigenaar, en niet aan de auto zoals nu. Dit systeem wordt in sommige landen (bijvoorbeeld België) nog steeds aangehouden. De nummerplaten waren donkerblauw met witte letters.

1951 - 1977

In 1951 werd besloten over te stappen op een landelijk systeem (in plaats van provinciaal). Er werd gekozen voor twee letters, en daarnaast twee keer twee cijfers. ND-00-01 was de eerste nummerplaat volgens het nieuwe systeem. De letters ervoor waren of niet duidelijk te onderscheiden van nummers (zoals de I, de B en de O) of ingenomen voor speciale voertuigen (A voor het Koninklijk Huis, K, L en M voor militaire voertuigen, etc). In 1965 waren de cijfercombinaties op en werd de volgorde omgewisseld: 99-99-XX. In 1973 werd het 99-XX-99. Ook de kleur veranderde, in 1976 werd er voor een lichtere variant van blauw gekozen.

1978 - 1999

In 1978 was deze combinatie écht op en werd voor twee cijfers en vier letters gekozen: XX-99-XX. Klinkers werden niet langer uitgedeeld om de kans op ongewenste (scheld-)woorden uit de weg te gaan. Alleen het Koninklijk huis mag nog met ‘AA’ beginnen. De belangrijkste verandering was dat er vanaf 1978 voor gele nummerplaten met zwarte letters werd gekozen in plaats van de vorige lichtblauwe borden.

2000 - heden

Vanaf 2000 werd gewerkt volgens het beveiligde GAIK-systeem (Gecontroleerde Afgifte en Inname van Kentekenplaten), te herkennen aan het blauwe balkje met ‘NL’ aan de zijkant. Ook werd er voor het eerst een duplicaatcode gedrukt. Het eerste kenteken krijgt niets boven het eerste liggende streepje. Als je je kenteken opnieuw moet aanvragen door verlies, diefstal of schade, krijg je daar een kleine ‘1’ boven. De volgende een ‘2’ etc. vanaf 2005 werden de eerste combinaties met drie letters gemaakt: 99-XXX-9 en in 2008 werden deze alleen nog maar uitgegeven. Afkortingen met politieke partijen mogen niet (bijv. VVD of PVV) GVD, KKK, NSB, PKK, PSV, TBS stonden al langer op de verboden lijst. Na verschillende combinaties zitten we nu aan XX-999-X en de volgende wordt (naar schatting in 2021) de combinatie X-999-XX!

Word Renault ambassadeur !

Je hebt geen toegang tot dit formulier.