My Renault

In de ban van Renault

Folders met nieuwe modellen zorgden ervoor dat Tony Vos op jonge leeftijd al besmet raakte met het Renault-virus. 35 jaar later gaf hij zijn eerste Renault-magazine Losange uit.

R : Hoe is de passie voor Renault ontstaan?

T : Eigenlijk ben ik vanaf mijn 9e al Renault-fan. Mijn vader werkte destijds bij Interpolis op de afdeling autoverzekeringen. Daar lagen regelmatig folders van nieuwe automodellen. Eens in de zoveel tijd nam hij een stapeltje voor me mee. Heerlijk vond ik dat, auto’s kijken. Vanaf het moment dat ik de folder met de nieuwe Renault-modellen in mijn handen had, was ik fan. En dat is nooit meer weggegaan. Mijn fascinatie werd steeds groter, ik ging miniaturen verzamelen en heb oneindig veel brieven geschreven aan importeurs en fabrieken wereldwijd. Best grappig om te zien dat 1 foldertje zo’n groot effect heeft gehad.

R : Die liefde voor Renault zit dus diep?

T : Absoluut. Mijn partner rijdt een Renault ZOE en vertelde laatst weleens rond te willen kijken bij andere merken. ‘Prima,’ zei ik. ‘Kijken mag altijd, als je uiteindelijk maar weer terugkomt bij Renault!’

R : Hoe kwam je op het idee een magazine te maken?

T : Eigenlijk is dat idee ook al vroeg ontstaan. Ik kom uit een agrarische familie en was als jong ventje dan ook erg geïnteresseerd in de landbouwtractoren van Renault. Maar daar kon ik weinig informatie over vinden. Tijdens mijn studie ben ik dat verder gaan uitpluizen.

Uiteindelijk heeft het ertoe geleid dat ik een boek heb geschreven over de geschiedenis van de Renault-tractoren. En ik had veel meer ideeën. Toen ik in de autojournalistiek terechtkwam, heb ik vier boeken over Renault geschreven. Daarna ontstond het idee een magazine te maken. In maart 2007 kwam het eerste nummer uit. Toen alleen nog in print, inmiddels ook in drie talen online. En sinds kort ook te vinden op Readly, de Spotify onder de tijdschriften.

R : Is het magazine vooral bedoeld voor Renault-liefhebbers?

T : Voor Renault-liefhebbers, maar ook auto-liefhebbers in het algemeen. Er staan veel klassiekers in het magazine en dat vinden mensen interessant om te lezen. Dat is niet zo merk gebonden. Ik probeer ook altijd de bijzondere verhalen bij die specifieke auto te achterhalen, zodat je meer te weten komt over die auto en eigenaar. Overigens hoor ik ook weleens van kennissen dat – zodra ze het magazine ontvangen hebben – het de eerste twee uur intensief wordt gelezen door hun vrouw. Het trekt een breed publiek dus.

Toen ik in de autojournalistiek terechtkwam, heb ik vier boeken over Renault geschreven

R : Welke Renault staat er nog op je verlanglijst?

T : Nog wel een paar, maar vooral de 1e generatie SCENIC. Om de simpele reden dat ik het interieur al heb. Dat klinkt misschien gek, maar de gekleurde stoelen van de SCENIC – die de kleuren van de Olympische ringen verbeelden – heb ik al in mijn kantoor staan. De auto wil ik er graag ook nog bij. Mijn kantoor is overigens een grote verzamelplek van folders, kranten, tijdschriften en Renault-items. Waaronder een originele foto met de handtekening van Louis Renault erop. Die gaf hij vroeger aan medewerkers na jarenlange trouwe dienst.

Best grappig om te zien dat 1 foldertje zo’n groot effect heeft gehad

R : Ik snap wel dat jij die hebt. Het voelt alsof jij ook al jarenlang in trouwe dienst bij Renault bent.

T : Ha, nou inderdaad. Zo had ik het nog niet bekeken, maar zo voelt het eigenlijk wel.

garage icon

Losange Magazine verschijnt 4 keer per jaar in print en als digitale editie. Benieuwd naar het magazine? Klik snel verder:

Nederlands  Frans  Engels 

Wil je liever een gedrukt exemplaar? Een abonnement kun je aanvragen via: losangemagazine@gmail.com

Word Renault ambassadeur !

Je hebt geen toegang tot dit formulier.